Hoe

DRY DOCK maakt optimaal gebruik van wat lokaal voorhanden is; bouwmaterialen, kennis en samenwerkingsverbanden.
Het ontwerp van DRY DOCK is gebaseerd op beschikbare materialen van lokale bronnen. Materialen, die anders vernietigd, uit elkaar gehaald of weggegooid worden krijgen een nieuw leven voordat ze terug in de cyclus komen.
De materialen worden dusdanig toegepast dat zij later makkelijk te scheiden zijn. Dat is ook wenselijk gezien de verwachte aanpassingen van het gebouw in de komende jaren; steeds veranderende gebruikerswensen en de integratie van meer geschikte materialen en nieuwe technologieën sturen de doorontwikkeling van het gebouw. Hiermee ontstaat een tastbare representatie van waar bouwsector staat. Een showcase van wat er kan.
Na tien jaar wordt DRY DOCK gedemonteerd. Aangezien tijdens het ontwerpen rekening wordt gehouden met een modulair gebouw is het mogelijk om het gebouw elders deels of geheel weer op te bouwen.
Elk materiaal wordt opgenomen in het materialenpaspoort dat onder andere informatie toont over de herkomst, levensduur, onderhoud, grondstoffen, plek in het gebouw en hoe de materialen onderling met elkaar verbonden zijn.
In onze statische vastgoedmarkt is deze organische benadering in de bouw tot nu toe ongekend. Bouw- en Woningtoezicht Rotterdam, met wie wij nauw samenwerken, onderzoekt hoe zij een organisch gebouw moeten toetsen.

Op alle fronten zal de kwaliteit gewaarborgd blijven, ook al zijn wat mindere, goedkopere oplossingen binnen handbereik. Om deze kwaliteitsstandaard te behouden maakt het eigendom van benodigde materialen plaats voor service- of huurcontracten met producenten en leveranciers. Simpel gezegd; wij bezitten of huren niet het raam, maar nemen het uitzicht af.

Deze aanpak vraagt om een nieuwe manier van samenwerken en om een integraal ontwerpproces. De kennis, belangen en oplossingen waarmee de verschillende deelnemende partijen een bijdrage leveren, vormen samen een uitkomst die voor de hele levensduur van het gebouw bevredigend is. In de praktijk betekent dit dat het traditionele lineaire ontwikkelingsproces wordt omgegooid. Vanaf het begin zitten nu alle betrokkenen aan de ontwerptafel; leveranciers, de aannemers, de gebruikers, constructeurs, Bouw- en Woningtoezicht en de architect. Deze partijen blijven tot aan het eind van het project partners. In het bijzonder is de kennis van de materiaalleveranciers van belang voor de keuzes in het ontwerpproces, waardoor deze partijen als eerste aan tafel zitten. De materiaalleveranciers weten hoe een materiaal het beste ingezet en onderhouden kan worden en welke aanpassingen gemaakt kunnen worden om te waarborgen dat materialen na gebruik nog bruikbaar zijn voor andere ‘afnemers’.

Bij het DRY DOCK gaan we verder dan de ontwikkeling van een duurzame scheepswerf. Het gebouw produceert onder andere schone energie, drinkbaar water en draagt bij aan de veiligheid en leefbaarheid van de omgeving. Ook de biodiversiteit rond het terrein krijgt weer de ruimte. Kortom, de DRY DOCK levert een positieve en meetbare bijdrage aan haar gebruikers, de directe omgeving en de stad Rotterdam.
Een voorbeeld daarvan is het hemelwater dat op het dak valt. Het wordt opgevangen om het vervolgens te reinigen met een hylofytenfiltersysteem tot drinkbaar water. Omdat er meer schoon water geproduceerd wordt dan de eigen behoefte, kan dit geleverd worden aan anderen.
De uitwisseling, op lokaal niveau, van stroom, water, kennis en afval dat voor anderen weer van waarde kan zijn, dicteert een nieuwe trend voor de toekomst.

Door bovenstaande aanpak worden de rollen en verantwoordelijkheden van de betrokkenen opnieuw gedefinieerd. Kwaliteit van het materiaal, duurzaamheid, modulariteit, flexibiliteit en samenwerking krijgen een andere waarde.