De balans van scheepsbouwer Mirko Hoette

Op een industrieterrein in Amsterdam-Noord vind ik Mirko Hoette in een loods tussen gereedschap en industriële machines. In deze goed geoutilleerde staalwerkplaats bouwt hij al jaren aan een zelf ontworpen stalen jacht.

Een dezer dagen wordt dit jacht naar Rotterdam gesleept. Het wordt het eerste patrouilleschip van de Sea Ranger Service en moet nog afgebouwd worden. De binnenbetimmering en de benodigde apparatuur ontbreken aan de uitrusting. Het afbouwen gebeurt in het nieuw geplande DRY DOCK op Marconia in de Merwe4Haven. Daarna zal de stalen zeewaardige tweemaster de wereldzeeën bevaren om het leven in zee te beschermen.
‘Al tien jaar bouwde ik parttime aan dit schip, toen moest ik weten waar het schip voor gebruikt gaat worden. Pas dan kon ik het doelgericht afmaken. Eén ding was zeker, dit schip moest een goede bestemming krijgen, iets zinnigs bijdragen aan onze wereld’, vertelt Mirko Hoette (58).
Hij mailde Wietse van der Werf (Sea Ranger Service), met de vraag of zij het schip konden gebruiken voor hun zeebeschermingswerk. Dat was een schot in de roos. Het jacht is nu het eerste patrouilleschip voor de Sea Ranger Service.

Mirko legt uit: ‘Toen minister van Financiën Wouter Bos in 2008 zei dat ik een bank moest gaan redden, wist ik dat er echt iets fout zat in onze samenleving. Hij zei ‘Jij maakt verlies en niet die bank. Jij kan failliet gaan als je fouten maakt, maar de ABN niet’. Ik dacht, nu is het eind zoek. Er is toen een principiële morele misdaad begaan die niet te repareren is. Altijd al had ik een onderbuik gevoel, maar nu werd ik pas echt wakker. Ik wilde iets zinnigs doen, iets dat echt uitmaakt’.

Mirko heeft gezeild op de Middellandse Zee en schrok van de hoeveelheid plastic. En ook zijn verleden als visser begin jaren ‘80 op een Australische trawler laat hem niet los. ‘Elke dag trokken wij de zeebodem leeg en verwoestten het zeeleven. Netten op de bodem en gas geven. Je had het kunnen weten dat het niet goed was, maar ik dacht niet na. Nu kan ik een stukje van mijn schuld aflossen’, lacht Hoette half besmuikt.

Al zijn hele leven ontwerpt en bouwt Mirko schepen. Op zijn 18de vertrok hij naar Australië en werkte vervolgens als autobandenmonteur, bouwvakker, visser en scheepsbouwer. Met een eigenhandig gebouwd zeiljacht voer hij terug naar Nederland en realiseerde daar in een oude scheepsfabriek in Amsterdam Noord een woonschip.
‘Als je veel gebouwd en gezeild hebt dan krijg je een bepaald soort schip in je hoofd en dat wil je dan maken. Met computerprogramma’s kan je ontwerpen waar vroeger twintig man wekenlang op papier mee bezig waren.

Zeilen draait om vleugels. Het zeil, de kiel en het roer zijn vleugelprofielen. Het zijn vormen waardoor je lage en hoge druk krijgt en daardoor gaat de boot vooruit. Een schip is een spel van balans tussen vleugels onder en boven water’, legt Mirko mij uit.

DSC_0225

Buiten in de zon ligt het prachtige langgerekte jacht, vanbinnen lijkt het op een walvis. Op een geraamte van ronde spanten laste Hoette met een klein vlammetje grote stalen platen in de juiste vorm, de zogenaamde krimpmethode.
Het schip is voorzien van een innovatieve, zelf aangepaste verstelbare, schroef. De bladen van deze schroef kunnen in een optimale stand gedraaid worden om energie op te wekken als je zeilt. Die energie wordt gebruikt om automatisch te sturen. En natuurlijk zijn er toepassingen voor zonnepanelen en windmolens. Als er wind is kan het schip zelfopwekkend zijn.
De romp is van staal en het stuurhuis van aluminium met kunststof ramen rondom. Ik zie een douche- wc combinatie, en een zelfde unit met verplichte tank voor ontlasting voor in de haven.
De kajuit geeft toegang tot de machinekamer. Daar staat op rubbers de indrukwekkende motor, met onder andere een hydraulische stuurpomp.

De hitte van de motor verdwijnt normaal in zee maar is hier gebruikt middels een ‘denkende’ kraan om het schip te verwarmen. Als de motor de hitte niet meer kwijt kan in allerlei nuttige dingen dan gaat de warmte naar het zeewater. Het circuit, dat in contact staat met de zee, loopt door de hele boot.
Onder de vloer, in de ruimte boven de met lood gevulde kiel van 150 cm diep, worden accu’s geplaatst die mede de stabiliteit van het schip positief beïnvloeden.
En er ligt een tank, met twee compartimenten, voor 2500 liter brandstof. Brandstofgebruik is natuurlijk afhankelijk van hoe hard je vaart en of het veel waait. Als je lang dezelfde koers vaart, kan je met een hendel een van de twee tanks voller laten lopen, wat overigens ook met de watertanks kan. Dat is handig, want als je lang vaart maakt het heel veel uit of je het gewicht en de balans goed inzet om harder te gaan.
Alles op dit jacht wordt optimaal gebruikt om te koelen of effectief snelheid te garanderen.

DSC_0237

Dit schip is ontwikkeld door ervaring. In tegenstelling tot een ontwerper heeft Hoette zelf geworsteld met het materiaal. Hij kent de uiterste rek van het staal, en weet hoever hij kan gaan voordat hij rare dingen krijgt. Hij zoekt zoveel mogelijk de limiet zonder dat hij de structuur van het staal moet aanpassen. Er zijn natuurlijk standaards voor het ontwerpen van jachten en parameters en consensus. Maar je moet een keuze maken welke vorm je kiest voor het gedeelte van het schip dat onderwater ligt. Wil je een zeilschip bouwen voor licht weer, dat relatief snel vaart bij weinig wind en golven? Of een schip dat in windkracht 10 goed functioneert? Ik heb een snel zeiljacht gebouwd voor zwaar weer. Een goede zeiler kan het schip in zijn eentje varen.

‘Je krijgt er een raar soort brein van als je lang schepen bouwt. Een geest die veel verbanden legt, omdat je doodsbang bent dat je jezelf in de voet schiet. Je snapt dat er een kettingreactie is aan problematiek en timing in de volgorde. Je moet disciplinair werken’, legt Hoette uit.
‘Staal is compleet niet-vergevend, alles wat je doet is definitief. Er is geen weg terug. Je krijgt straf als je niet goed genoeg bent. Niet even, je kan zo een hele plaat weggooien. Bij elke stap moet je weten of je over de grens gaat of niet. Experimenteren doe je vooraf, er is tijdens de uitvoering geen ruimte voor fouten. Dat doet iets met je, mensen denken snel dat je een doemdenker bent’.

In de toekomst wil Mirko Hoette zeker stellen dat de boot zoveel mogelijk gebruikt gaat worden voor de bescherming van de zee om de biodiversiteit veilig te stellen. De afbouw van het schip zal hij begeleiden en verder zal zijn rol adviserend zijn bij het onderhoud.

Dit zeewaardige zeiljacht is een prototype, voor de toekomstige patrouilleschepen van de Sea Ranger Service. Het is een vrij duur schip omdat het behoorlijk geavanceerde vormen heeft. Maar misschien dat de andere te bouwen schepen in opdracht van verschillende regeringen, iets simpeler worden. Prijsbewust en effectief denkend kun je ook met stroken plaat werken die vanzelf om de vorm vallen.

‘Die toekomstige kapitein moet wel een heel bijzonder mens zijn’, zegt Mirko Hoette beslist. ‘Je hebt straks allerlei instanties die je voor het karretje willen spannen. Dat gebeurd bijvoorbeeld als de betrokken overheden zeggen ‘leuk dat je voor het milieu zorgt maar wil je ook even op drugssmokkel letten’.
Je moet je bewust zijn van morele dilemma’s voordat je ermee geconfronteerd wordt. Je moet jezelf blijven afvragen wat hoort nog tot mijn missie, wat zegt mijn morele kompas. Zeker als je veel met allerlei overheden gaat werken.
En je moet van tevoren weten wat je tegen komt. Stel, je komt 300 man vanuit Libië tegen op zee. Kom je te dicht bij zonder goed plan, dan kapseis je. Het gaat over beslissingen die je heel snel moet nemen. Je kunt niet op zee spelen, als je dit soort situaties niet vóór bent. Ook een vissersvloot kan zich tegen je keren als je aanmeert in een haven, of er zijn piraten die je belagen. Ga je je dan bewapenen of niet. De organisatie waar je als bemanning voor werkt moet zorgen dat het goed geregeld is’.

Er volgt een gesprek over, in de basis verziekte, politieke en economische systemen. En over hoe je er als mens het beste mee om kan gaan, een beetje schizofreen. Mirko verwijst naar Gramsci, de Italiaanse Marxist uit het begin van de 20ste eeuw. Ook Mirko Hoette balanceert tussen het pessimisme van zijn denken en het optimisme van de wil.

 

By Elaine Vis